In de diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen wordt, ook bij ouderen, onderscheid gemaakt tussen classificeren en diagnosticeren. Diagnostiek betreft een bredere beschrijving van de cliënt dan alleen de classificatie in een van de persoonlijkheidsstoornissen volgens de DSM-5. Het alternatieve DSM-5-model voor persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) maakt onderscheid tussen persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken. Dit geeft een genuanceerder beeld en is klinisch bruikbaarder dan het categoriale model. Er zijn verschillende Nederlandstalige instrumenten om persoonlijkheidsstoornissen, het persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken in kaart te brengen. Bij de indicatiestelling voor schematherapie wordt, bijvoorbeeld aan de hand van een diagnostische imaginatie, toegewerkt naar een casusconceptualisatie en een behandelplan. Voor de groepsschematherapie, deeltijdschematherapie, klinische schematherapie en individuele schematherapie worden in- en exclusiecriteria besproken. De theorie wordt toegelicht door middel van een vignet.

错误:搜索内容不能为空,请输入英文关键词
错误:关键词超出字数限制,请精简
高级检索

Diagnostiek en indicatiestelling bij ouderen in de praktijk

  • Machteld Ouwens,
  • Silvia van Dijk

摘要

In de diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen wordt, ook bij ouderen, onderscheid gemaakt tussen classificeren en diagnosticeren. Diagnostiek betreft een bredere beschrijving van de cliënt dan alleen de classificatie in een van de persoonlijkheidsstoornissen volgens de DSM-5. Het alternatieve DSM-5-model voor persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) maakt onderscheid tussen persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken. Dit geeft een genuanceerder beeld en is klinisch bruikbaarder dan het categoriale model. Er zijn verschillende Nederlandstalige instrumenten om persoonlijkheidsstoornissen, het persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken in kaart te brengen. Bij de indicatiestelling voor schematherapie wordt, bijvoorbeeld aan de hand van een diagnostische imaginatie, toegewerkt naar een casusconceptualisatie en een behandelplan. Voor de groepsschematherapie, deeltijdschematherapie, klinische schematherapie en individuele schematherapie worden in- en exclusiecriteria besproken. De theorie wordt toegelicht door middel van een vignet.